1. Inventariseer de vulling
Noteer van elke kabel en slang de buitendiameter en het gewicht per meter. Tel de diameters op van de dikste laag die naast elkaar moet liggen; dat is je minimale binnenbreedte. De dikste kabel bepaalt de minimale binnenhoogte.
2. Reken 10 tot 20% ruimte
Kabels moeten in de ketting kunnen bewegen. Reken minimaal 10% speling in hoogte en breedte, en 20% wanneer de ketting snel beweegt of buiten in de zon ligt.
3. Bepaal de buigradius
De buigradius van de ketting moet groter zijn dan de toegestane buigstraal van de gevoeligste kabel. Vuistregel: 7,5 × de kabeldiameter voor stilstaande toepassingen, 10 × voor bewegende. Bij lichtgeleiders geldt vaak 15 ×.
4. Reken de kettinglengte
Kettinglengte = halve slaglengte + π × buigradius + toeslag voor de aansluitpunten. Rond af op hele schakels; wij doen dat bij een offerte automatisch voor je.
5. Kies de uitvoering
Open stegen bij schone omgevingen en goede koeling, gesloten deksels bij spanen, stof of spatwater. Vergeet de eindstukken en scheidingsstegen niet — zonder die twee is een ketting niet compleet.